Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kidoel pinoedjoe wonten ing dalem, pinarak ing katil mas, tinarètès ing sesotja, ingadep para djim, peri, prajangan. Rara Kidoel kagèt aningali gègèripoen oelam ing seganten, serta tojanipoen panas kados ginodog, swaraning seganten anggegirisi (= verschrikkelijk). — Bedahipoen negari ing Madjapahit sinengkalan 1400.

84.

De beste soldaten waren reeds uitgekozen, om de benteng binnen te gaan. — Mij is gelast, dezen brief weg te brengen.-^— Menschen die zulk een'' aard hebben, denken slechts om genoegen en rijkdom. — De Vorst nam den brief aan, en las hem terstond. — Den volgenden morgen werd het lijk op den weg gevonden. — Uwe weldaden zijn niet te vergelden. — De kroonprins (= Pangéran Dipati anom) werd uitgenoodigd naar de pandapa te gaan. —• Men heeft mij bericht, dat uw zoon niet komen zal. — Deze brief if geschreven te Soerakarta, den zevenden van de maand Rabingoelakir, van 't jaar 1806. — Van uit de verte was de berg schoon om te zien.

De beide legers vochten den geheelen dag; zij schoten elkaar met geweren, staken elkaar met lansen, en hieuwen elkaar met zwaarden. — Het is het beste, dat jij en je vrieud elkaar helpen- — De vader en de zoon gingen naar elkander toe, en omhelsden elkander. — De beide mannen keken elkaar strak aan (van 't grondw. sawang). — Nadat wij elkaar verwelkomd hadden, gingen wij het huis binnen.

GEBIEDENDE WIJS.

85—04.

85.

Akoe, ko'! ngorong temen, Djaja, anggawaha wédang tèh manèh. — Lajang iki gawanen menjang omahé toewan Anoe. — Sidin, kowé menjanga ing toko Tjina, toekoewa mangsi satitik.—

Sluiten