Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Meuawi sampoeu terang dawah-sampéjan, koela sampéjan-lilani moendoer. —

Dika linggili ngriki ta, kang, titihané toewan wong empoen onten kang noenggoni.

94.

Ngoko Krama.

angoer loewoeng liever.

moh ! (ik) lust niet! (ik) houd er niet van.

koemawani kamipoeroen zich verstouten.

keieboe keiebet tamelijk.

ing sa-ènaké ing sa-étjanipoen op (zijn, mijn, uw) doode gemak,

samangsané samangsanipoen zoodra, wanneer.

De heer N. N. Drana, hoe laat is het ?

Drana. Saweg djatn gangsal.

De lieer N. N. Is mijn paard al gezadeld?

Drana. Sampoeu.

De heer N. N. Breng het dan naar buiten; ik vertrek nu, terwijl het nog vroeg (= ochtend) is.

Drana. Inggih.

De heer N. N. Heb je gisteren niet vergeten (=■ kelalèn) sigaren te koopen?

Drana. Boten.

De heer N. N. Hoeveel heb je gekocht?

Drana. Kalih-atoes; kagoengan sainpéjan lami taksih sedasa. De heer N. N. Breng die andere (= oude) sigaren hier, die zal ik zelf bij mij steken (van 't grondw. kandoet); pak die tweehonderd in papier, en doe die in de koffer.

Drana. Inggih.

De heer N. N. Kom, laten we terstond vertrekken, terwijl 't nog ochtend is; ga jij vooruit met de dragers van (= die dragen) de koffer.

Drana. Inggih.

Be heer N. N. Het is erg warm; kom, Drana", laten we even rusten onder dien randoe-alas daar, ik wil (wat) drinken, ik heb ergen dorst.

Sluiten