Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Demang. Poenika toja soemoer. Kami-poeroen koela-matoer, sarèhning dèrèng soemerep; sampéjan sangking poendi, serta karsa tindak dateng poendi ?

De heer N. N. Ik kom van Sala, en ga naar Madioen.

Demang. Poenapa sampéjan inangké ladjeng kémawon, boten kersa njaré ngriki?

De heer N. N. Neen, Demang, ik overnacht hier niet, zoodra mijn paard verzadigd is, vertrek ik dadelijk.

Demang. Menawi sampéjan boten kersa njaré, moegi parenga koela-saosi dahar.

De heer JV. AT. Dank je wel, Demang, later zal ik je wel eens weer ontmoeten , en dan ben ik van plan bij je (= in je huis) te overnachten.

Demang. Koela soemangga ing sakersa-sampejan, nanging manah koela tjoewa, déné sampéjan boten kersa koela-saosi dahar. Soemangga, sampéjan ngoendjoek wédang boeboek, toewan.

De heer N. N. Ja. Men zegt, dat de weg naar Madioen gevaarlijk is; is dat waar?

Demang. Kala roemijin inggih mekaten, nanging ing sapoenika boten; tijang lelampah (= reizen) sijaug oetawi daloe sampoen boten wonten moetawatosipoen.

De heer N. iV. Dus nu is er geen gevaar meer voor (— ing bab) straatrooverij ?

Demang. Boten.

De heer N. N. Drana , als 't paard verzadigd is, breng het dan hier, ik vertrek nu dadelijk.

Drana. Inggih.

De heer N. N. Demang, ik wil nu vertrekken, ik hoop dat ik U spoedig weer zal kunnen ontmoeten.

Demang. Inggih; koela anderekaken wiloedjeng; moegi-moegi ka-sembadanana (= moge vervuld worden) karsa sampéjan badé pinarak malih ing grija koela. (Winter, Jan. Samenspr.)

Sluiten