Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OLEH, ENGGON.

y\ 113—121.

113.

Ngoko. Krama.

dèk kapan of kapan saweg poenapa wanneer? (iiTt verleden), bésoek apa béndjing poenapa // (in de toekomst).

samangsa(né) sa-mangsa(nipoen) zoodra, wanneer (voegw.).

parandéné of soepran- parandosipoen of 1 met dat al, evenwel, déné soeprandosipoen I in weerwil daarvan.

Saweg poenapa enggèn sampéjan rawoeh sangking Sainawis? — Karsa sampéjan. béndjing poenapa enggèn koela sowan? Bésoek ing dina Eebo. — ïoekang samak, olèhmoe gawé dandanan kréta ikoe, lawas temen! — Antawis sadjam enggèn koela sowan; koela ladjeng njoewoen pamit, wangsoel dateng pondokan. — Ora antara soewé, akoe teka sadoewoering goenoeng Brama; andeleng mangisor, loewih djoelegé, dadi lèrèn euggonkoe noenggang djaran. — Katjarijos Pangéran Banawa ingkang wonten ing Djipang, sakelangkoeng enggènipoen prih-atos, kirang dahar saré, bilih wantji daloe, saré ing djawi, boten kaoeban grija.— Sang Nata sareng ningali sekar Widjaja Koesoema, sakelangkoeng soeka, tjipta jèn toeloes enggènipoen djoemeneng Nata.

114.

Wanneer zult U vertrekken? — Ben je al lang hier? — Wat eet je weinig ! — Demang, ik kom hier om je hulp in te roepen. Reeds twee uren heb ik op je gewacht. — Stalknecht, je hebt de paarden niet schooit, genoeg geroskamd. — Hoe lang is je vader al demang van Poerwadadi? — Toen Kjai Soera Watjana de woorden van de weduwe hoorde, was hij zeer verschrikt; lang zweeg hij en kon niet spreken. — Ik heb genoeg (hier = wareg) geslapen; van half drie tot half zes. — Wat is dat rijtuig gauw stuk, pas een jaar geleden heb ik het gekocht. — Reeds lang heb ik U verwacht. — Hoeveel maal per maand ga je naar de hoofdplaats? — Pas gisteren heb ik je brief ontvangen. —

Sluiten