Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Djaréné si Karsa-wadi ketjekei 'nggoné maling. Ja, malah wis kleboe ing koendjara. Akoe goemoen banget, awit ffèkné (= dèwèké) wong wekel, serta rada tjoekoep. 1 ja.

(Padma Soesastra.)

KE . . . .EN. N°. 122 en 123.

122.

Djam pinten enggèn-sampéjan badé tegar ,J Djam gangsal. Poenika kesontenen, soewawi sami tegar djam satengali gangsal. — Toeman Anoe. Koela sampoen andoegi, jèn sampéjan boten èstoe rawoeli, awit sampoen daloe. — Kawi Swara. Angkali-koela, badé sowan djam gangsal; mila ngantos kedalon, koela ketileman. •— Sidin, kadohan (= kadohen) olèhmoe 'ndokok medja, tjedakna mréné manèh. — Adja kadohan oetawa kesoren olèhmoe dolan, awit ing alas ikoe ana matjane. — Jen kowe mrene, tekamoe sing ésoek, adja kawanen. — Sambija, ketipisen olèhmoe gawé wédang boeboek iki, wis ora ana rasaning kopi. Djaranmoe ikoe kowé 'ndjaloek pira? — 'leloeng poeloeh roepijah poetih. — Satemené ikoe kakéjan (kakehen).

123.

Zeg aan den grasjongen, dat het gras te oud is, de paarden lusten het niet. — Gisteren heb ik U verwacht, maar U kwam niet. Ja, de reden dat ik niet kwam is, dat mijn jongste kind verkouden was en hoestte, bovendien was het koortsig, thans is het weer beter. — Dit touw is te lang. — Deze stoel is te hoog. — Breng die vierkante tafel hier, deze is te laag. Deze kist kan ik niet oplichten, mijnheer, ze is te zwaar voor (= jèn) één man. — De inkt is te dik. — Van de soldaten van Pasoeroean sneuvelden er velen, want er waren te veel vijanden. — Als je om vijf uur gaat rijden, ga ik niet mee, want dat is te laat (in den namiddag). — Deze kofler is te groot, hij kan niet in het rijtuig. — Blijf (= ga) niet te lang uit. —

Sluiten