Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— met vaste hand het land besturen — ik geloof vast en zeker, dat hij komt — een vast inkomen hebben — vast slapen.

Bittere kruiden — een bittere nasmaak — een bittere droefheid — iemand het leven bitter maken — bitter bedroefd zijn — een bitter gezegde — bittere spot — het is bitter koud.

DE OLIEANTEN EN DE KANTJIL.

1. In Sumatra met zijn bosschen Met zijn bergen woest en stout Had de olifant reeds eeuwen Rondgezworven door het woud.

5. Daar bood hem de heldere bergstroom 't Koel, verkwikkend ochtendbad.

Daar vond hij b ij elke schrede Malsche spruit en sappig blad.

Eens daar streek een vogel neder, 10. Die vertelde, wat voor pracht,

Wat voor r ij k d o m daar op Java Door natuur werd voortgebracht.

Hij verhaalde van de vruchten Met een wonderlijken smaak,

15. Van de heerlijk malsche kruiden En van menig vreemde zaak.

De olifanten tuitten de ooren,

Zie, dat was nog eens een oord!

En zij luisterden met graagte 20. Naar het lieflijk vogelwoord.

O, wat waren ze ongelukkig!

Och, wat was hun land misdeeld! Waarom was zoo'n arm'1 ij k plekje Van deez' aard hun toebedeeld?

25. Al de vruchten smaakten bitter,

Ieder blad was geel en dor.

Neen, dat was niet uit te houden,

Sluiten