Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dé beide andere heeren mochten de uitspraak wat vreemd vinden, zij moesten toch om de snedigheid van den waard lachen en lieten het bed aan den dominé over.

61. Geef dit verhaaltje met eigen woorden weer en gebruik de indirecte reden.

DE DRIE REIZIGERS.

Door 't Vuur, door 't Water en den Tijd, drie goede vrinden,

Werd onderling een reis bepaald.

't Tuur vroeg aan 't Water: „Zeg, waar zijt ge weer te vinden,

Wanneer ge onderweg verdwaalt?"

„Maak u niet ongerust", liet zich het Water hooren, „Gij vindt terstond mij weer, zelfs bij de kleinste sloot". „Maar Vuur! wanneer gij dwaalt, waar zijt gij op te sporen?"

„O, sprak het Vuur, „dat heeft geen nood:

Maar mist ge mij, sla dan uw oogen naar de daken,

En waar ge rook mocht zien, daar vindt ge mij gewis". „Maar Tijd!" zei 't Vuur, „ook gij kondt eens verloren raken:

Zeg ons, waar uw verblijf dan is".

„Op mij", hernam de Tijd, „dient gij nauw acht te geven,

Want, zoo gij onoplettend zijt En niet zorgvuldig op mij past, zijt ge al uw leven Door uwe onachtzaamheid mij kwijt!"

H. Asschenbebg.

62. Vul tot een goed geheel in:

Het vuur, het water en de tijd kwamen overeen

Daar ze, als goede vrienden, prijs stelden op elkanders gezelschap, waren ze bezorgd, dat Daarom vroeg het vuur

aan het water 't Water antwoordde hierop, dat . ...,

"want Nu werd dezelfde vraag aan 't vuur gesteld.

Dit gaf ten antwoord, dat en mocht het gebeuren, dat

, dan

Toen eindelijk water en vuur aan den tijd verzochten .... ... waarschuwde deze zijn metgezellen, dat , anders ..

Sluiten