Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gehamer klinkt luid in het rond. De splinters vliegen links en rechts. Hoe groot maakt hij het gat? Waaraan bemerken we dat de specht aan het werk is geweest? (denk aan de splinters). Is het nest gemakkelijk te vinden?

ONVOORZICHTIGHEID.

Ge waart met eenige vrienden op jacht. Een uwer was onvoorzichtig met zijn geweer. Hij werd gewaarschuwd. Het schot ging af. Een van u werd getroffen.

Beschrijf dit: Vertel van het genoegen, dat ge u allen had voorgesteld van de jacht; de waarschuwingen uwer ouders; hoe het ongeluk veroorzaakt werd; welke maatregelen ge naamt; de gevolgen.

EEN ONGELUK.

Men was bezig een boom te vellen. Een knaapje werd door een tak ernstig getroffen.

Maak hiervan een verhaal. Zet daarin duidelijk uiteen de oorzaak van het ongeluk, de toedracht, de gevolgen.

E. DE REGEN.

't Is lang droog geweest (gevolgen voor menschen, dieren en planten). Waarnaar kijkt iedereen verlangend uit? De eerste wolkjes vertoonen zich. Hoe kleurt de lucht zich? In de verte hooren we een eigenaardig geruisch. Eerst vallen er eenige droppels. Spoedig meer. Een koel windje waait. Alles herleeft (wijs op menschen, dieren en planten). De regen brengt eigenlijk leven; beter wat te veel, dan te weinig regen. Hoe zien regenarme streken er uit?

DE MIEREN.

Kleine, nietige diertjes. IJverig zijn ze den geheelen dag in de weer. Wat zoeken ze al bij elkaar? Vaak sleepen ze

Sluiten