Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oppervlakken, wederom met inachtneming van bodem- en terreinsgesteldheid — terwijl de •wa.tevverstrekking plaats heeft naar de behoefte van binnen die oppervlakken gelegen of voorbereide aanplantingen.

Aan welk van beide stelsels, het golongan- of het kringenstelsel, op den duur de voorkeur zal moeten worden gegeven, is nog niet uit te maken, de opgedane ondervinding is daartoe van te korten duur. Men kan in 't algemeen wel zeggen — in tegenstelling met wat omtrent den aanleg der werken kan worden getuigd - dat het waterbeheer nog in 't eerste stadium van ontwikkeling verkeert; dit blijkt ook uit het ontbreken van positief uitgesproken Regeeringsinzichten in deze materie. Volgt het water den grond? of volgt het den aanplant ? m. a. w. geeft het bezit van een stuk grond op zich zelf recht op een deel van het irrigatiewater en kan men dit recht verkoopen? Of ontstaat alleen recht op water door beplanting van het stuk grond; en is dan dat recht onafhankelijk van den aard der beplanting, of houdt het daarmede verband, misschien ook met de waarde van den aanplant? Is er in 'talgemeen zelfs wel kwestie van recht op water, of is de Regeering souverein beheerder daarvan met de macht dit te gebruiken, zooals haar goeddunkt? Al deze vragen werden wel herhaaldelijk besproken, maar niet tot een oplossing gebracht; wat tot heden werd verkregen zijn plaatselijke regelingen, geen algemeen geldende beginselen. Die regelingen zijn ontstaan uit de samenwerking der ambtenaren van het Bestuur en van den Waterstaat en berusten op de ervaring en daaruit voortvloeiende wenschen van den inlandschen en europeeschen landbouwer; voorlichting van wetenschappelijk landbouwkundige zijde heeft in die voorloopige regelingen geen verandering noodig geacht. Maar indien dit zou blijken noodig te zijn, zoo is dit mogelijk; de inrichting der werken is zoodanig, dat daarmede iedere gewenschte waterverdeeling kan worden verkregen.

In de October-aflevering van 1908 der Indische Gids en in de April-aflevering van 1907 van „Onze Eeuw" werden door de Oud-Hoofingenieurs van den Indischen Waterstaat von Essen, en Nuhout van dek Veen betoogen geleverd voor de wenschelijkheid om de Irrigatie-afdeelingen, dus het waterbeheer te brengen onder het Departement van Landbouw en zulks voornamelijk op grond der omstandigheid, dat de resultaten van de nieuwe irrigatie werken niet in evenredigheid zijn met de daarvoor

Sluiten