Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gebrachte offers. Voor den Staat zouden de werken geen behoorlijke rente afwerpen, voor den inlandschen landbouwer zouden ze weinig hebben geholpen, daar de opbrengst der velden niet voldoende zou zijn toegenomen. Dit laatste wordt toegeschreven aan de geheel onvoldoende landbouwkennis van den Javaan; om die te verbeteren zou voorlichting van deskundigen noodig zijn en dit zou meebrengen de wenschelijkheid, om het beheer der groote irrigatiewerken te brengen onder het Departement van Landbouw. De zaak werd door de Indische Regeering in behandeling genomen, maar voorloopig werd in den bestaanden toestand geen verandering gebracht; van de drie adviseurs der Regeering verklaarden zich de Directeur der B. O. W. en van B. B. tegen overbrenging der Irrigatie-afdeelingen naar het Departement van Landbouw, terwijl de Directeur van dat Departement het wel wenschelijk achtte.

In algemeenen zin moet zeker de wenschelijkheid worden beaamd, dat de Javaansche boer den landbouw beter zal drijven dan tot heden het geval is; maar of dit bereikt zal worden door leiding, voorlichting en aanmoediging desnoods met dwang lijkt mij weinig zeker. Er zijn toch, ook door den inlandschen landbouwer, algemeen erkende verbeteringen, zooals zorgvuldige zaadkeuze, schoonhouden van den akker, goede grondbewerking, die hij toch niet toepast, niettegenstaande hij er herhaaldelijk toe werd gedwongen. Het komt mij voor, dat dit moet worden geweten aan den geringen trap van ontwikkeling van den inlander en aan de primitieve ontwikkeling der inlandsche maatschappij waarbij o. a. de veiligheid van eigendom nog te weinig verzekerd is. Zoolang de inlander nog niet de waarde van sparen, van vooruitgang in maatschappelijken welstand erkent en toepast, zoolang zal de zucht om den grond te ontwoekeren, al wat hij door toepassing van wetenschappelijk landbouwkundige voorlichting kan geven, gering blijven. Die zucht zal pas ontstaan, wanneer door onderwijs ook de behoefte aan meerderen welstand vanzelf wordt opgewekt; als de dessascholen en gouvernements-onderwijsinrichtingen hun invloed hebben doen gelden, zal een verbeterd landbouwbedrijf van zelf volgen. Thans bestaat er veel kans, dat landbouwkundige voorlichting weinig succes zal hebben bij de bevolking, getuige de demonstratievelden van het Landbouwdepartement; terwijl omgekeerd daar, waar de noodzakelijkheid zich doet gevoelen om van den grond ruimere producties te verkrijgen, zooals

Sluiten