Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 2.

De zedekunde in de klassieke oudheid.

De wijsbegeerte der Grieken heeft, voor zoover zij zich bewoog op het gebied van het zedelijk leven, niet geringe waarde voor de zedekunde. In de school van Pythagoras werden beginselen verkondigd, krachtens welke Godsdienst en zedelijkheid niet elkander nauw werden verbonden en ook de grondslag gelegd werd voor de waardeering der gemeenschapsidee in het zedelijke leven. Noch de Ionische wijsgeeren, noch de Eleaten hebben aan aard en grondslag der zedelijkheid bijzondere aandacht gewijd. Wie bij Heraklitus het denkbeeld eener vaste, zedelijke orde meent te vinden, ziet voorbij dat door hem aan wezenlijke onderscheiding van natuurorde en zedelijke orde niet gedacht werd. Door hem, gelijk ook door Demokritos, werd de weg gebaand voor de leer, dat wij ook wat het zedelijke betreft met een subjectief oordeel genoegen moeten nemen en, wel verre van den innerlijken aard der dingen te kunnen leeren kennen, ons tevreden moeten stellen met de kennis van wat door de rvet ten regel wordt gesteld.

Terwijl door de Sophisten deze beginselen op soms bedenkelijke wijze in het praktische leven werden toegepast, achtte

Sluiten