Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onder 4) is de grondslag gelegd eener theorie volgens welke aesthetische en intellectueele uitspraken met elkander in rechtstreekschen samenhang staan. De onbewuste voorstellingen, waarvoor hij plaats heeft in zijn stelsel, geven hem gelegenheid om tegen het indeterminisme te strijden, terwijl hij toch onze vrijheid bepleit en leert dat wij bij het verrichten van eene handeling ons zelf overeenkomstig ons eigen wezen bepalen. Daarbij wordt intusschen door hem opgemerkt, dat wij der vrijheid te meer deelachtig zijn, naarmate wij te meer ons weten vrij te maken van den invloed van die voorstellingen welke de noodige helderheid missen en daarom in ons als hartstochten werken. De volkomenheid, waarnaar wij moeten streven, bestaat in eene verhoogde activiteit, die in heldere voorstellingen haren grond heeft. Deze activiteit zal ons niet slechts vooruitbrengen op de baan van eigen volmaking , maar ons ook behagen doen scheppen in het geluk van anderen. Leibnjz ijverde voor de verzoening van theologie en philosophie en meende, dat wat alzoo aan onze eigene volmaking en te gelijk aan het heil van onze medemenschen bevorderlijk is tot de verwezenlijking van Gods doel in de wereld medewerkt. Zóó kon hij ook in zijne „Theodicee" het gebied der zedeleer betreden.

Ook wat de zedekunde aangaat, is er strijd over de vraag in hoever Christiaan Wolff (1679—1754), wiens wijsbegeerte met die van Leibniz (zie t. a. p. onder 5) pleegt verbonden te worden, zich zelfstandig heeft ontwikkeld. Aanvankelijk Cartesiaan, werd Wolff reeds spoedig dooide poging van Leibniz om aan het strenge dualisme te ontkomen aangetrokken. Intusschen moet worden toegestemd, dat Wolff in de behandeling van vraagstukken van recht en zedelijkheid (Jus naturae 1740, Philosophia moralis 1750—1753) soms zijn eigen weg ging. Goed is volgens hem alles, wat 's menschen toestand tot volkomenheid brengt. Daartoe moet men natuur en rede volgen (Vernünftige Gedanken von der Menschen Thun und Lassen. Neue Aufl. 1752). Zelfvolmaking is het hoogste doel. Dat door Wolff ook op de volkomenheid van anderen prijs wordt gesteld in de praktijk des zedelijken levens, schijnt niet gemakkelijk met zijn grondbeginsel in overeenstemming te kunnen worden

Sluiten