Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

godsdienstigen geest optraden — werden toegepast, ongetwijfeld moet gewezen worden op het optreden van Malebranche (1638—1715), die niet zoo als Cartesius (zie onder 1) dien hij volgde, slechts van ter zijde met zedekundige vraagstukken zich in betrekking stelde, maar met zijne theologische denkbeelden (zie mijne Wetenschap van den Godsdienst II § 34 onder 2) zedelijke voorstellingen rechtstreeks verbond (Fr. Jodl. Geschichte der Ethik in der neueren Philosophie I S. 262 etc.). Vooral in zijn: Traité de la nature et de la grace 1680 waren theologie en philosophie ten nauwste vereenigd. De waardeering van alle dingen naar hunne waarde in betrekking tot God gaf aan zijne zedeleer een eigenaardig karakter (Traité de moralé). Het mystisch beginsel, dat daarin optrad, was min of meer bedenkelijk met het oog op de juiste erkenning van de beteekenis der zedelijke werkzaamheid des menschen, maar omtrent de werking onzer aandoeningen op zedelijk gebied heeft toch de schrijver belangrijke opmerkingen gemaakt. De zelfstandigheid van den mensch werd door hem te veel op den achtergrond gedrongen, dan dat hij aan zijne vrijheid groote kracht kon toekennen. Zijne kosmische op* vatting der Christusverschijning — op het voetspoor van Ruprecht von Deutz — bood hem de gelegenheid aan om, terwijl hij onze vrijheid als een „posse peccare" meende te moeten doen gelden, van de voorstelling uit te gaan, dat de zonde door God mede was opgenomen in de idee van de wereld als de best-mogelijke. Zijn optimisme was intusschen van anderen aard dan dat van Leibniz. Terwijl de invloed van Malebranche tijdelijk in Frankrijk de theologie weer in eere bracht, waren echter de theologen onderling verre van eenstemmig (P. J. Cruse. Malebranche en zijne bestrijders 1891). De Jezuïten traden tegen Malebranche op bij monde van Du Tertre (Béfutation d'un nouveau système de métaphysique 1715), en het vraagstuk der belangelooze liefde jegens God, waarbij het in hoofdzaak den samenhang van deugd en geluk gold, hield de beoefenaars der moraal verdeeld. Arnauld, Fénëlon, Bossuet en anderen maakten zich ook in dezen strijd bekend, waarbij bleek, dat de mystiek — in quietistischen zin — in het toenmalige Fransche Roomsch-Katholicisme zich niet onbetuigd liet (Arnauld. Essais de. mo-

Sluiten