Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Volgnommer. |

52

53.

54.

55.

56. 57

5E 5$

6'

NOMMER AANHALING

DATUM van den

der uit te voeren Catalogus werkzaamheden. ^^N.t) BETREKKELIJKE VOORSCHRIFTEN. I

AUGUSTUS. 59 A-E Artt. W enj^jr wet. ^ ^ ^ cn ^ 10 van

(Op of dadelijk na- 1/74 1909.

den lsten.) (1)

AUGUSTUS. Artt- 53°9' lla To'3StaatBbieai No. 230 van 1901 en

(Na den lsten.) 57 10'van 1909.

58

AUGUSTUS ^» Staatsblad No. 230 van 1901.

(Uiterlijk op den 5den.)

AUG.-SEPT. Alt' 30,dal. 2*fStaatsblad No. 230 van 1901.

(Vóór den aanvang der loting.)

AUG. -SEPT. 1202 Artt.^ 23*—88^'e Staatsblad No. 230 van 1901 en No. 10

(Tusschen 7 Aug. 1438 van 1909.

en 7 Sept.)

7 ? SEPT. Art- 25' staat9blad No' 230 van 1901'

(Voorden aanvang van de loting.)

Art. 37, laatste al., Staatsblad No. 230 van 1901.

i. 7 AUG.—7 SEPT. Art- 28> al' 3' der wet"

(Dag der loting.)

) 7 AUG —7 SEPT. Art. 16, al. 3, Staatsblad No. 230 van 1901.

(Bij den aanvang |

der loting voor eene gemeente.)

3. 7 AUG.—7 SEPT. Art- 3g Staatsblad No. 230 van 1901.

(Dag der loting.)

. rtfi afgifte van do stukken heeft niet vóór 1 Augustus plaats,

OMSCHRIJVING DER WERKZAAMHEDEN.

De Burgemeester vraagt aan de bij de zaak betrokken Departementen van Algemeen Bestuur en aan de militaire autoriteiten uittreksels uit het stamboek, welke ingeschrevenen behoeven om hun recht op vrijstelling wegens eigen militairen dienst of wegens broederdienst te bewijzen, voor zoover dat recht niet blijkt uit stukken, door de belanghebbenden overgelegd of — zie art. 12, Staatsblad No. 230 van 1901 en No. 234 van 1904— door de Overheid ingezonden.

De Burgemeester houdt zitting tot het, op aanvrage van belanghebbenden, opmaken van de getuigschriften Modellen No. 9, litt. A-, en No. 10, litt. A, die ingeschrevenen behoeven om hun recht op vrijstelling, op grond van art. 46, 50 of art. 53 der Wet, te bewijzen.

De Burgemeester zendt aan den Militiecommissaris, terstond na het verstrijken van den termijn, bedoeld in art. 24, 2de zinsnede, der Wet, het Inschrijvingsregister en een der dubbelen van de Alphabetische naamlijst.

De Burgemeester der Gemeente, waar de loting geschiedt, zorgt, dat de lengtemaat, die bij de loting moet dienen, onderzocht en c. q. van het merk van goedkeuring voorzien worde.

Loting door of voor hen, die voor de lichting van het volgende jaar voor de militie zijn ingeschreven.

De Burgemeester geeft vóór den aanvang van de loting voor zijne Gemeente aan den Militiecommissaris de ingeschrevenen op, wier namen wegens overlijden op het Inschrijvingsregister en de Alphabetische naamlijst moeten worden doorgehaald, met vermelding van dagteekening en plaats van overlijden.

Dit geldt ook ingeval eene nieuwe loting is bevolen.

De Burgemeester of een Lid van den Baad moet bij de loting tegenwoordig zijn, wanneer er voor zijne Gemeente wordt geloot.

De Burgemeester, die, of het Raadslid, dat bij de loting voor zijne Gemeente tegenwoordig is, stelt bij den aanvang dier loting het dubbel van de Alphabetische naamlijst (Model No. 7), dat onder Burgemeester en Wethouders berustte, aan den Militiecommissaris ter hand.

De Burgemeester, die, of het Lid van den Raad, dat voor een niet-opgekomen ingeschrevene een nommer heeft getrokken, moet den naam en de voluit geschreven voornamen van den loteling op den achterkant van het getrokken lotingsbiljet vermelden en deze vermelding parapheeren. Het biljet kan door of vanwege den ingeschrevene binnen drie maanden, te rekenen van den eersten werkdag, volgende op dien van de trekking, ter Gemeentesecretarie worden afgehaald.

Sluiten