Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Volgnomraer.

69.

70.

71.

72.

73.

DATUM ™nR AANHALING

der uit te voeren Catalogus van de

werkzaamheden. BETREKKELIJKE VOORSCHRIFTEN.

SEPTEMBER. 2198 § 10, 1»., e en g, Militie-Beschikking 1909.

(In den loop.)

SEPTEMBER. 715, 66, Art. 82, Staatsblad No. 230 van 1901 en No. 10 van

(Ton minste 3NO 5138 1909; § 13, 4", Militlii-Besrhikking 1909.

(ien minste rfsu, «m», zle ouk art 103j al 2_ der wet en de 12 en 13 van 10 dagen voor .*.»9, 6», liet Voorschrift betreffende dienstreizen enz. Zie den dag . voor de 340, 812, voign. 4.

opkomst bepaald.) 1874 2203

67 A

SEPT. OCT. 174 Art. 43, al. 1, Staatsblad No. 230 van 1901 en No. 234

(Ten minste van 190é*

10 dagen vóór den 2den Maandag in October.)

SEPT.-OCT. 189 ' Art. 73, al. 1, der wet.

(Ten minste » 46' al- '2> staatsblad No. 230 van 1901.

8 dagen vóór den 2den Maandag in October.)

SEPT.—OCT. 54 Alt. 73 al. 2 en 3, der wet.

(Ten minste 3 dagen vóór den 2den Maandag in October.)

55 (en 989

voor Utrecht.)

OMSCHRIJVING DER WERKZAAMHEDEN.

De Burgemeester zendt terstond wanneer aan het in liet tijdvak van 16 tot 30 September van het loopend jaar afgeleverde gedeelte der lichting een loteling komt te ontbreken, eene kennisgeving aan den houder van het aan de beurt van oproeping liggend hooger nummer, waarbij deze wordt onderricht, dat hij ter aanvulling van het contingent ter aflevering zal worden opgeroepen, onder mededeeling voorts, dat die aflevering, naar gelang hij ter volledige dan wel tot korte oefening zal worden bestemd, zal geschieden in het tijdvak van 1 tot 15 Maart dan wel in het tijdvak van 16 tot 31 Mei van het volgend jaar en dat hij het bewijs van te hebben voldaan aan de eischen van militaire bekwaamheid en lichamelijke geoefendheid zal moeten verwerven in Januari van dat jaar en zal moeten inleveren of doen inleveren bij den Commissaris der Koningin vóór den 25sten dier maand.

Als onder 39.

De Burgemeester doet eene openbare kennisgeving, waarbij de ingelijfden bij de bereden korpsen, die na hunne inlijving met verlof tot nadere oproeping zijn gezonden, voor eerste-oefening onder de wapenen worden geroepen.

De Burgemeester zendt, bij aangeteekenden brief, een brief van oproeping aan hen, die zich gedurende het verlof tot nadere oproeping hetzij buiten het Rijk hetzij in eene andere gemeente dan die waarvoor zij zijn ingelijfd, binnen het Rijk ophouden.

Het is wenschelijk bijzondere kennisgevingen te doen toekomen aan de overige opgeroepen verlofgangers.

De Burgemeester zendt aan den Militiecommissaris de bewijsstukken, getuigschriften enz., tot het bekomen van vrijstelling wegens lichamelijke ongeschiktheid, eigen militairen dienst of dien van een broeder of van broeders, of op grond van art. 50 der Wet, vergezeld van eene lyst, Model No. 11.

Burgemeester en Wethouders doen eene openbare kennisgeving (1), waarbij de tijd en de plaats der zitting van den Militieraad worden vermeld.

Burgemeester en Wethouders maken tijd en plaats, waarop de zitting van den Militieraad voor de Gemeente zal worden gehouden, bekend aan eiken loteling. De bekendmaking wordt gedaan door een aan zijne woning of aan die van zijn vader, moeder, voogd of curator af te geven biljet. Zijn de woning van den loteling en die van zi.jn vader, moeder, voogd of curator niet binnen het Rijk gelegen, dan wordt het biljet door Burgemeester en Wethouders bij aangeteekenden brief gezonden.

Het bovenstaande geschiedt ook ten aanzien van een loteling, omtrent wien op een anderen dag door den Militieraad uitspraak wordt gedaan (artt. 72, al. 2, en 73, al. 4-, der Wet.)

(1) Zlo de noot op bladz. 5.

Sluiten