Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bladz.

§31. Men bepaalt een vlak door zijne doorsneden met de projectievlakken ; deze lieeten de doorgangen van het vlak en worden onderscheiden in horizontalen en verticalen

doorgang

Noot. Over het min juiste van deze benamingen 18.

De beide doorgangen van een vlak, dat niet evenwijdig is aan de as, snijden de as in hetzelfde punt. ... 18. § 32. Een vlak, dat evenwijdig is aan een der projectievlakken, heeft een doorgang evenwijdig aan de as, terwijl

de andere doorgang ontbreekt 18.

g 33. Vlakken, die evenwijdig zijn aan de as, hebben hunne

beide doorgangen evenwijdig aan de as 10.

g 34. Een vlak, dat loodrecht is op één der projectievlakken of op beide, heeft één der doorgangen of beide loodrecht op de as

g 35. Van een vlak, dat door de as gaat, is de as zelve gelijktijdig de horizontale en de verticale doorgang; het vlak is dan niet door die doorgangen bepaald. ... 20. g 30. Welke lijnen men in de projectievlakken kan aannemen

als de doorgangen van een vlak 20.

§37. In eene constructiefiguur moeten weder de beide doorgangen van een vlak door een kenmerk onderscheiden worden ; dit geschiedt door cijfers die wij bij den voet der letters plaatsen. Hoe men een vlak in de ruimte aanduidt door middel van de letters, in de constructiefiguur bij de doorgangen geplaatst 20.

g 38. Hoe zich de doorgangen van een vlak in de constructiefiguur voordoen voor de verschillende standen, die een

vlak kan hebben 21.

g 39. Ofschoon meestal in de figuur slechts de deelen van de doorgangen geteekend worden, die aan ééne zijde van de as liggen, moet men zich die doorgangen voorstellen als door de as heen verlengd. De beide doorgangen

kunnen elkander dan bedekken 21.

g 40. Wat voortaan door het gegeven zijn en door het vinden

van een punt, eene lijn of een vlak zal verstaan worden. 22. \ 41. Men neemt dikwijls nog een derde projectievlah aan; een punt en eene lijn hebben dan daarop eene derde projectie, terwijl in 't algemeen daarmede een vlak een derden

doorgang heeft 22.

g 42. Hoe men, na een derde projectievlak aangenomen te

Sluiten