Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en één doode vlieg de zalf stinkend maakt; dat vrienden en vriendinnen der Vereeniging, als de Directrices niet oppasten, onze meisjes bederven zouden met kleine verrassingen en geschenken, met een tractatie hier en een verrukkelijken feestdag daar, die natuurlijk alle jonge menschen, alle gezinnen van minder bedeelden hartelijk gegund is, maar die dan toch in bijzondere mate ten deel valt aan deze ééne dochter des huizes, die gemeenlijk niet om haar deugd op „Veldzicht is gekomen....

Het groote woord moet er uit: onze meisjes op V. hebben het te goed in vergelijking met hare zusters thuis, en met het oog op het leven, dat daarbuiten haar wacht; te goed, niet alleen in materieelen zin, wat voeding, verzorging, afwisseling van arbeid en rust betreft, maar ook in zedelijk opzicht, doordat het haar te gemakkelijk valt daar goed op te passen, haar plicht te doen, vrede te houden, ,,meê te loopen in het gareel", zooals eene die 't weten kan, het pleegt uit te drukken.

Het behoeft niet gezegd te worden: het feit van niet vrij te zijn, in een gesticht, onder aanhoudend toezicht, gebonden aan de regelen van het huis, bij den arbeid, op de wandeling, in het gezellig verkeer steeds aan den band, is voor de meeste verpleegden al erg genoeg en voor haar zusters reden om niet met haar te willen ruilen. Maar dit neemt niet weg, dat haar leven daar al te „genoeglijk voortrolt"; dat de oppassende dochter thuis, die al de ontbering, de hardheid, den last van nood en zorgen meedraagt, de lange dagen op het atelier, de vunze overbevolking in het eenige woonvertrek, misschien den jammer van een dronken vader, of van huiselijke oneenigheid en ellende, met reden

Sluiten