Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jaloersch kan wezen van de minder deugdzame zuster, die tot straf dat genoeglijke leven daar ginds als juffertje in 't groen mag leiden, voor een tijd, en daarna door een invloedrijke beschermster aan een goededienst of betrekking wordt geholpen.

Dit is zeker: om zijn braafheid komt niemand op „Veldzicht", en zonder nu een oogenblik aan straf als wraak of vergelding te denken, meen ik toch, dat eene inrichting als de onze èn voor de meisjes zeiven èn in de schatting van het publiek het karakter van een verbeterhuis, of hoe 't juister te noemen, moet bebehouden; en dat dus ook de behandeling van de verpleegden bij alle welwillendheid, haar geen oogenblik mag doen vergeten, dat zij „strengere leiding behoeven dan zij thuis van ouders of voogden ontvingen".

Helaas, dat onder de nog vigeerende wet — het daghet in het oosten, het voortreffelijke ontwerp van wet op de ontzetting en de ontheffing van het ouderlijk gezag zal weldra in behandeling komen — helaas, dat nog altijd onwaardige ouders of voogden ieder oogenblik willekeurig de minderjarige verpleegden aan onze zorg kunnen onttrekken, en zoo soms het goede werk van jaren met één slag te niet doen. Gelukkig zal dat anders worden, maar de zedelijke schade aldus toegebracht is niet te herstellen.

Een oud-kweekelinge, die met en tot voldoening werkzaam was als pleegzuster in een ziekenhuis, werd door haren vader genoopt die betrekking te verlaten, om bij hem inwonend als naaister voor hem te verdienen. Later wegens oneenigheid door den vader uit zijn huis verwijderd, vonden wij haar terug als kellnerin

Sluiten