Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in een bierhuis te Amsterdam. Zij weigerde de hand die haar op nieuw werd toegestoken.

Een andere werd door hare ouders uit een goeden dienst weg- en naar haar oude slechte omgeving teruggelokt. Die ouders teerden op het schandloon van twee oudere dochters en deze jongere had het ongeluk van mooi op te groeien en behaagziek te zijn.

Een door en door slechte vrouw komt op „Veldzicht" om haar 17-jarige dochter op te eischen. De Directrice wil het kind de ontmoeting besparen; maar voelt zich tegen de Jordaansche welsprekendheid niet opgewassen, en weet dat zij ten slotte moet toegeven. Ten einde raad en in het vertrouwen op haar pleegkind, zegt zij tot de vrouw: ,,wij zullen uwe dochter zelf vragen." Deze wordt binnengeroepen. Met een schuwen blik op degeen die haar jeugd verwoestte, gaat zij zwijgend staan aan de zijde der moederlijke vriendin. Maar nu neemt de verleidster het woord: „Wel kind. wat zie jij er armoedig uit. Zijn dat kleêren! Maar kijk eens, wat ik voor u meegebracht heb, alles voor jou, als je meegaat met moeder".... en zij opent een pak, dat zij voor zich op tafel had gelegd, en voor de nieuwsgierige blikken stalt zij uit een opzichtig kleed, een kleurig opgetooiden hoed, vergulde sieraden.

En terwijl die moederlijke vriendin als met toegeschroefde keel haar zelfstrijd gadeslaat, krijgt bij het meisje ijdelheid, begeerte; de overhand; zwijgend treedt zij de verleidster nader, laat zich door deze de jurk uittrekken, de meegebrachte prullen aandoen, en zonder haar pleegmoeder zelfs meer te durven aankijken gaat zij met die vrouw de kamer, het huis uit — voor goed, zonder een woord te spreken.

Sluiten