Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

<i. indien de verkrijger, gehuwde vrouw zijnde, geen toe^ stemming heeft overgelegd van haren echtgenoot [174 (8)J;

e. indien niet door overlegging van kwitanties of op andere ^ wijze blijkt dat vast recht en cijns door den houder zijn betaald [174 (11)].

4. a. Het administratieve onderzoek heeft geheel plaats op de

bureaux van den Chef van het Mijnwezen en van den Directeur van het betrokken Departement van Algemeen Bestuur, wier adviezen aan den G. G. worden aangeboden [175 (1), zie ook 28, 29],

b. Het besluit, waarbij de overdracht wordt goedgekeurd, wordt in de Jav. Ct. gepubliceerd [175 (4)].

c. De overdracht gaat in met den datum van het besluit van goedkeuring [175 (5)].

5. Indien de concessionaris overlijdt en zijn erven, geen Nederlanders zijnde, binnen den gestelden termijn van één jaar hun rechten krachtens IM. 4 (3) overdragen moet het verzoek om goedkeuring der overdracht van dit op grond der concessie verworven recht- geheel op dezelfde wijze geschieden als in 2 is aangegeven [28 (4)].

Ook de erven van den overleden houder van een recht op concessie kunnen dat recht overdragen [20, 21].

Belanghebbenden worden hierbij opmerkzaam gemaakt op het in § III A, 7e aangevoerde.

6. a, Het op grond van de concessie verworven recht kan

worden vervreemd [IM. 18 (1)] ook door erven van een overleden concessiehouder indien zij Nederlanders zijn (ontw. A blz. 1 2 6).

Een gedeeltelijke overdracht als waarvan art. 9 van Stbl. 1873 No. 217a spreekt zal onder de IM. niet meer mogelijk zijn; zie hierover Toel. MO. blz. 218 noot.

b. Met het feit der vervreemding zelfheeft de Regeering geen directe bemoeienis en de goedkeuring van den G. G. wordt er, behalve in het geval in 5 genoemd, niet voor vereischt (zie ook ontw. A. blz. 124 noot), maar toch

Sluiten