Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ XXXIX. Concessies na

openbare mededinging.

den concessionaris ten uitvoer worden gelegd [250 (3) (4)] onverminderd de bevoegdheid van den G. G. om den concessionaris van zijn rechten vervallen te verklaren [IM. 37 (1) ö.].

d. De concessionaris, die weigert of nalatig is te voldoen aan de sub a en b bedoelde voorschriften of weigert toe te laten dat zij ten uitvoer worden gelegd, is strafbaar [582].

1. Indien een delfstofafzetting is ontdekt ten gevolge van een van Gouvernementswege ingesteld onderzoek en:

zóóver nagegaan dat de levensvatbaarheid eener ontginning zeer waarschijnlijk moet worden geacht;

of indien een zoodanige afzetting aanwezig is (b.v. een verlaten mijnwerk) waarop geen aanspraak op concessie kan worden geldend gemaakt;

of ook indien een concessionaris tegen het eindigen van den concessietermijn de hem gestelde voorwaarden tot het verkrijgen eener nieuwe concessie niet aanneemt; kan het Gouvernement [IM 31, 32, 33 (1) 34 (2)].

a. zelf die ontginning ter hand nemen;

b. de concessie verleenen aan hem die na gehouden openbare mededinging de hoogste koopsom biedt, tenzij tegen zijn

;» toelating bij den G. G. bezwaar bestaat.

Zie hierover Toel. MO. blz. 224-230. Van een hoogeren cijns of vast recht is dus geen sprake; de koopsom dient als aequivalent voor de besparing der uitgaven voor mijnbouwkundige onderzoekingen.

Heeft de G. G. het voornemen een concessie na openbare mededinging uit te geven dan worden in het daarvoor gereserveerde terrein geen mijnbouwkundige opsporingen toegelaten [IM. 8 (1) a\.

2. a. Van het vereischte van openbare mededinging kan worden

afgeweken krachtens bij Koninklijk Besluit verleende machtiging [IM. 31 (2)].

i b. Leidt dé openbare mededinging tot geen resultaat dan kan [IM. 33 (2)]:

1. onderhands concessie worden verleend;

2. het gereserveerde terrein weder opengesteld worden voor mijnbouwkundige opsporingen.

Sluiten