Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ XLII. Cijns van concessies.

zijn de bepalingen sub 3a, c en b alinea 1 eveneens van kracht met verandering van „concessiejaar" in „exploitiejaar" [303; zie ook 305 (2)].

9. Van de betaling van vast recht wordt telkens door de betrokken H. v. G. B. mededeeling gedaan aan den Chef van het Mijnwezen [307]

1. Het Gouvernement heft van iedere concessie een jaarlijkschen cijns ten bedrage van vier procent van de bruto opbrengst [IM. 35 (2) b\.

Over de geschiedenis van deze bepaling zie ontw. B.

De cijns is te beschouwen als een belasting (Ontw. B. blz. 227 e. v.)

2. n. De cijns is verschuldigd van at' clen aanvang der

concessie [205] en wordt berekend over kalenderjaren (1 Januari — 31 December) [312 (1)].

b. Voor de eerste maal wordt de cijns berekend over het nog overige gedeelte van het kalenderjaar [312 (2)].^

c. De landskas, waar de cijns moet worden gestort, wordt in het concessiebesluit vermeld [195, 12e]; de G. G. is echter bevoegd een andere plaats van storting aan te wijzen [341 (3)].

d. Als belastingschuldige ten aanzien van den cijns en als aansprakelijk voor de deswege verschuldigde boeten [335 (2)] en kosten [339 (2)] is aan te merken hij, die concessionaris is op het tijdstip dat die belasting uiterlijk moet worden voldaan [340].

3. Als bruto opbrengst wordt aangemerkt de gemiddelde handelswaarde op het concessieterrein, gedurende het afgeloopen halve kalenderjaar, van de door de ontginning verkregen hoeveelheid, al dan niet bewerkte, verhandel bare producten [IM. 36 (1)].

Het is dus de bedoeling dat er twee gemiddelde handelswaarden zullen worden vastgesteld, een over elke helft van het ai'geloopen kalenderjaar. De cijns wordt dus berekend over twee gedeelten van de in een jaar verkregen hoeveelheid ruw product. Beide precentages worden aan het einde van het jaar samengevoegd en in ééns voldaan (ontw. B. blz. 372).

Sluiten