Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

f. Voor het vervoer der mijnbouwproducten van de concessieterreinen of verwerkingsinrichtingen naar elders kannen door de H. v. G. B. formaliteiten worden voorgeschreven, doch alleen indien daarvoor bepaald aanleiding bestaat, geen hinderlijke inmenging in het bedrijf is te vreezen en na ingewonnen advies van den Chef van het Mijnwezen [323, 324],

9. De factor Tb: de opbrengst der producten, wordt door den Chef van het mijnwezen afgeleid uit de door hem te verzamelen gegevens aangaande marktprijzen [325] en uit door den concessionaris aan te houden registers van analysen (essaai-registers) [317] waarvan de resultaten op voorgeschreven wijze op de productiestaten moeten worden vermeld; die opgaven kunnen ook gecontroleerd worden [322]; strafbepalingen in 585, 2e, 3e en 4e; 586, 3e; 587, 2e.

10. Evenzoo wordt de factor 7c: de kosten, door hem geschat [325] eventueel met inachtneming der door den concessionaris zelf verstrekte gegevens op de productiestaten (8 d).

11. a. De vaststelling «lei- handelswaarde, die dus voor

een groot deel op taxatie berust, wordt door den Chef van het Mijnwezen telkens na ontvangst der c. q. verbeterde productiestaten of na plaats gehad hebbende raming der hoeveelheid producten (8e) uitgevoerd [326 (1 )-(3)].

b. De taxatie wordt den concessionaris toegezonden ter raadpleging [326 (4)—(6); IM. 36 (4)].

c. Zij moet binnen een te stellen termijn worden teruggezonden met de verklaring van den concessionaris of hij

/ zich al dan niet er mede vereenigt, in het laatste geval onder opgaaf van redenen. Hij kan ook zijn eigen gemotiveerde taxatie of ook de werkelijke opbrengst en de werkelijke kosten opgeven en daarvan de juistheid door overgelegde bescheiden aantoonen [327],

d. Wordt zij niet tijdig teruggezonden of is zijn afwijzend advies niet gemotiveerd dan wordt aangenomen dat hij zich met de taxatie vereenigt [327 (2) slot].

Sluiten