Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 2.

Ingeval van overlijden van den wettigen houder eener concessie zijn diens rechtverkrijgenden, voor zoover zij reeds dadelijk dan wel binnen den tijd van één jaar na het openvallen der erfenis, voldoen aan de vereischten van artikel 11 van het Koninklijk besluit, verplicht zulks door bescheiden aan te toonen en het bewijs van bedoeld overlijden tijdig aan den Gouverneur-Generaal in te dienen.

Artikel 3.

(1) Wanneer rechtverkrijgenden van een overleden wettigen houder eener concessie, die niet voldoen aan de vereischten van artikel 11 van het Koninklijk besluit, hunne uit de concessie voortvloeiende rechten en verplichtingen wenschen over te dragen, moet bij het verzoek tot goedkeuring, behalve de overige gevorderde stukken ook worden overgelegd het bewijs van overlijden van den wettigen houder en tevens door bescheiden worden aangetoond, dat de verkrijger aan de vereischten van artikel 11 van het Koninklijk besluit voldoet.

(2) Het verzoek tot goedkeuring moet door de beide, bij de overdracht betrokken, partijen worden ingediend.

Artikel 4.

Bij elke andere overdracht, hetzij geheel, hetzij gedeeltelijk, van eene concessie, bedoeld in artikel 9 van het Koninklijk besluit van 2 September 1873 11? 13 (Indisch Staatsblad 1873 11? 217a), is de verkrijger verplicht onder overlegging van de overigens gevorderde stukken den Gouverneur-Generaal door bescheiden aan te toonen dat hij voldoet aan de vereischten van artikel 11 van het Koninklijk besluit.

Artikel 5.

De vertegenwoordigers — ook de tijdelijk vervangende en waarnemende — van niet in Nederlandsch-lndië gevestigde personen ol vennootschappen, bedoeld in het eerste lid van artikel 11 van het Koninklijk besluit, moeten bij authentieke akte worden aangesteld.

Artikel 6.

(1) Yan elke verandering in het bestuur — commissarissen daaronder begrepen — van naamlooze vennootschappen welke houders zijn van concessiën, moet door dat bestuur, binnen een maand nadat de verandering heeft plaats gehad, worden kennis gegeven aan den Gouverneur-Generaal.

(2) In de kennisgeving moet worden opgegeven:

a. de nationaliteit van den nieuwen bestuurder of commissaris;

b. of hij ingezetene is van Nederlandsch-lndië;

c. waar hij woonachtig is;

d. indien een nieuwe bestuurder in Nederlandsch-lndië gevestigd is, of hij bevoegd is om verblijf te houden binnen het gewest of de gewesten, waar de ontginning moet geschieden.

Sluiten