Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vernement, behoudens over die gedeelten van den bovengrond en dedaarop staande gebouwen die den laatsten concessionaris in eigendom toebehooren, de volle en vrije beschikking over het mijnveld, en over al hetgeen tot bekleeding en verzekering der mijnwerken dient, zonder dat eenige vergoeding aan den laatsten concessionaris verschuldigd is.

(6) Door den Gouverneur-Generaal wordt een termijn bepaald binnen welken de laatste concessionaris de niet tot de bekleeding en verzekering der mijnwerken dienende inrichtingen, zijne op Gouvernementsgrond staande gebouwen en den verderen inventaris der onderneming, zoomede de nog voorhanden producten der ontginning kan verwijderen. Wat binnen dien termijn niet is verwijderd, vervalt aan het Gouvernement, tenzij er over is beschikt op eene andere door den Gouverneur-Generaal goedgekeurde wijze.

(7) In het in het vijfde lid genoemde geval stelt de concessionaris alle kaarten, teekeningen en schetsen van of betrekking hebbende op de mijnwerken kosteloos ter beschikking van den Gouverneur-Generaal.

(8) Niet nakoming van het bepaalde in het zevende lid van dit artikel wordt gestraft met eene boete van vijftig tot twee duizend gulden.

HOOFDSTUK IV.

Voorschriften in verband met het overgaan van

de rechten en verplichtingen, uit eene concessie voortvloeiende, bij overlijden van den concessionaris, en met overdracht van concessiën.

Artikel 25.

(1) Overschrijving van de rechten en verplichtingen uit eene concessie voortvloeiende, op de rechtverkrijgenden van den overleden wettigen houder of op andere personen of vennootschappen, ingevolge het, derde lid van artikel 11 van het Koninklijk besluit, heeft niet plaats tenzij die rechtverkrijgenden of verkrijgers aan de autoriteit, voor welke de overschrijving moet geschieden, onder overlegging van de overige voor de bewerkstelliging van die overschrijving benoodigdestukken, aantoonen dat zij voldoen aan de vereischten van voormeld artikel.

(2) Hetzelfde geldt bij overdracht, hetzij geheel, hetzij gedeeltelijk, van eene concessie, als bedoeld in artikel 9 van het Koninklijk besluit van 2 September 1873 11J 13 (Indisch Staatsblad 11? 217a).

(3) De aantooning bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel, wordt geleverd öf door de overlegging van de mededeeling aan belanghebbenden gedaan ingevolge artikel 10 van deze ordonnantie, öf door de overlegging van de ingevolge artikel 3 van deze ordonnantie verleende goedkeuring, of, zoo er een geschil is geweest nopens het voldoen aan de vereischten, door de overlegging van een authentiek afschrift der beschikking van het Hooggerechtshof, waarbij is beslist dat de belanghebbende aan die vereischten voldoet.

Sluiten