Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in de gelegenheid zijn gesteld om voor hunne belangen op te komen en alsdan slechts onder verplichting tot voorafgaande vergoeding der door de opsporingen toe te brengen schade of tol het stellen van zekerheid voor die vergoeding, ingeval het bedrag daarvan niet vooraf te bepalen is.

(2) De in het voorgaande lid bedoelde vergunning wordt verleend door den bij ordonnantie aan te wijzen ambtenaar. Hel verzoek, om op een zoo nauwkeurig mogelijk aangeduid terrein opsporingen te mogen doen, wordt schriftelijk en in tweevoud ingediend aan dezen ambtenaar, die, na op de beide exemplaren van het verzoekschrift dag en uur der indiening te hebben aangeteekend, een exemplaar weder aan den verzoeker ter hand stelt.

(5) De vroeger ingediende aanvrage heeft de voorkeur boven de later ingediende.

(4) De vergunning wordt verleend voor eenen bepaalden lijd, drie achtereenvolgende jaren niet te boven gaande, en voor een veld, dat zich binnen de verticale projectie van een in de akte van vergunning zoo nauwkeurig mogelijk aangeduid terrein tot in onbepaalde diepte uitstrekt; zij kan op een vóór het verstrijken van den yergunningstermijn, op de wijze als in het 2de lid van dit artikel bepaald, ingediend verzoek van den houder tweemalen, telkens voor den tijd van ten hoogste één jaar, worden verlengd. Aan de vergunning kunnen voorwaarden verbonden worden.

(5) Van beslissingen op verzoeken omtrent verleening of verlenging is beroep op den Gouverneur-Generaal. Door dezen kan op grond van billijkheid of algemeen belang van den in het derde lid van dit artikel gestelden regel worden afgeweken.

(6) Met de opsporing moet binnen den tijd van één jaar na den datum, waarop de vergunning verleend is, een aanvang zijn gemaakt.

(7) De vergunning kan niet auders dan krachtens een van Regeeringswege verkregen toestemming worden overgedragen.

(8) De vaststelling van verdere voorschriften tot uitvoering van dit artikel, alsook betreffende de maximum-afmetingen van lot het doen van opsporingen aan te vragen terreinen, geschieden bij ordonnantie.

Artikel 8.

(1) Opsporingen worden niet toegelaten:

a. in terreinen of streken, gereserveerd hetzij voor opsporing of ontginning van Gouvernementswege, heizij voor de uitgifte van eene concessie na openbare mededinging, volgens de artl. 31 en 52; b in terreinen, binnen welke aan anderen vergunning tot het doen van opsporingen is verleend, zoolang zij ingevolge die vergunning eene aanspraak op concessie geldend kunnen maken; c. in terreinen óf streken, door den Gouverneur-Generaal om redenen van algemeen belang voor opsporingen gesloten.

(2) Opsporingen strekken zich binnen het terrein van onderzoek

Sluiten