Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(2) Is voor den aanleg van land- en waterwegen of van hulpwerken, overeenkomstig het tweede lid van art. 16, ten behoeve der ontginning de beschikking over niet tot het Staatsdomein behoorenden grond buiten het concessieterrein noodig en blijkt het dat partijen zich over den afstand van dien grond niet kunnen verstaan, dan geldt te dien aanzien het tweede lid van het voorgaand artikel.

Artikel 23.

De verklaring, dat ten behoeve van eéne ontginning gronden, als bedoeld in art. 21 en in het tweede lid van art. 22, noodig zijn, wordt gegeven door den Gouverneur-Generaal, volgens regelen bi} ordonnantie te stellen.

Artikel 24.

(1) De concessionaris is verplicht tot volledige vergoeding van alle schade door de onderneming aan de rechthebbenden op of belanghebbenden bij den bovengrond en hetgeen daartoe behoort toegebracht, onverschillig of ontginningswerken al dan niet daaronder hebben plaats gehad, of de schade door eene opzettelijke daad zijnerzijds veroorzaakt is of niet, dan wel of zij al of niet had kunnen worden voorzien.

(2) Is de schade door twee of meer ontginningen veroorzaakt dan zijn de concessionarissen daarvan gemeenschappelijk en wel tot gelijke deelen tot vergoeding der schade gehouden, onverminderd het recht om onderling terug te vorderen wat elk dientengevolge meer mocht hebben bijgedragen dan zijn aandeel in de schade bedraagt. Evenwel zal het aan de rechthebbenden op of belanghebbenden bij den bovengrond vrijstaan om, het bewijs leverende dat de verhouding van concessionarissen wat betreft elks aandeel in de toegebrachte schade anders is dan die van gelijke deelen, dienovereenkomstig hunne vordering tot schadevergoeding in te richten.

(3) De verplichting tot vergoeding strekt zich niet uit tot schade aan gebouwen of inrichtingen, tot stand gekomen op een tijdstip dal het gevaar, waarmede die door de ontginning bedreigd worden, den rechthebbenden op of belanghebbenden bij den bovengrond bij gewone opmerkzaamheid niet onbekend had kunnen blijven. Behoort, ten gevolge van het door de ontginning veroorzaakte gevaar, de oprichting van zoodanige werken boven den grond achterwege te blijven, dan kunnen rechthebbenden op of belanghebbenden bij den bovengrond daaraan geen aanspraak op schadevergoeding wegens waardevermindering ontleenen, indien het blijkt dat hun geopenbaard voornemen om zoodanige werken op te richten kennelijk slechts het ontvangen van schadevergoeding ten doel heeft.

Artikel 25.

(1) Wanneer het noodig is dat de werkzaamheden van naburige ontginningen in onderling verband worden verricht, en de conces-

Sluiten