Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een aantal tafeltjes waren er, zoo ver mogelijk van elkaar opgesteld, waaraan allerlei lieve families waren gezeten; tusschen welken onderling ook een zekere afstand bleek te bestaan, terwijl enkelen blijkbaar elkander zelfs diep verachtten. Geen stadje zoo klein, of men heeft er patriciërs en meer plebejische lui, en dat is maar goed ook; want volmaakte gelijkheid hier beneden is onbestaanbaar, en zou de menschen niet eens gelukkig maken.

Mochten die families dus weinig notitie van mekaar nemen, zooveel te meer was dit het geval, wat ons betreft, en geen woord ontging de aandacht van haar, die in de buurt hadden plaats genomen.

De overste had de grootmoedigheid, zijnen dischgenooten een cognacje aan te bieden en deelde in een onbewaakt oogenblik mede, dat zijne dochters hem in zijne tijdelijke ballingschap zouden komen opzoeken, hetgeen met belangstelling vernomen werd.

„We konden wel een dezer dagen eens gezamenlijk onze dames vragen."

Deze proefballon werd door den luitenant-adjudant opgelaten, doch het gelaat van zijn onmiddellijken chef betrok.

„Een uitstekend idee," zei ik.

„Ik zou niet weten, waarom niet?"

„Zacht wat," sprak overste Van Dam me, „ik geloof niet dat van hoogerhand ons vriendelijk zou worden afgenomen, wanneer we van de fortmanoeuvres een damespretje maakten."

„Niemand kan ons dit beletten; het is hier een open stad, waar „hoogerhand" niemendal heeft te vertellen," merkte de dokter aan.

Sluiten