Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vloekend smeet hij zijn mand op den vloer en greep van de beddeplank een medicijn-fleschje, dat hij in een paar teugen leegdronk, smakkend met de lippen.

Hij glimlachte en waschte zijn aardappelen en maakte een paar slakroppen schoon.

Hij voelde in zijn zakken, begeerig naar het leege fleschje starend, en voldaan ging hij even de deur uit naar de herberg, waar hij gulzig eenige borrels leegwipte, en toen met een opnieuw gevuld fleschje onder zijn pilow-kiel als een teere schat terugkeerde.

Met zeker welgevallen veegde hij de kamer wat aan en maakt zijn bed op en zette het dampende maal op de tafel, dat hij gulzig verslond met den honger van

een half-beschonkene.

Toen stak hij zijn pijp aan en tuurde naar de blauwe rookkringels in de avondduisternissen en het klare vocht

in het volle fleschje.

Langzaam proefde hij er een teugje uit en rookte.

„Zoo, zoo, Jacob dood!" mompelde hij onverschillig, geheel in beslag genomen door de zinnelijke genietingen ....

En hij rookte en proefde, voldaan turend naar de blauwe wolkjes!.. ..

Sluiten