Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het was tijd om heen te gaan, voor den zieken man bovendien bedtijd.

Ik nam van hen afscheid met de stellige belofte spoedig en dikwijls terug te zullen komen, en ik nam dat aan, echter op voorwaarde dat alleen bij feestelijke gelegenheden op wijn mocht getracteerd worden; „een Hollandsche jongen drinkt 's avonds thee."

„Ja, van Doorn," sprak Pukkie, terwijl hij mij de hand drukte. „Hollander ben ik gebleven; in den vreemde heb ik altijd naar mijn vaderland verlangd."

Hij had mij immers gezegd, dat hij terug was gekomen om in Holland te sterven.

„Je gaat niet met je tijd mee," antwoordde ik, hem op den schouder kloppende, „fin de siècle is, dat je geen vaderland hebt. De geheele wereld één groot rijk, en dan is meteen de oorlog afgeschaft."

„Wacht met je volgend bezoek niet tot het zoover is," riep hij mij na.

Menigen avond daarna heb ik Pukkie gezelschap gehouden. Bij den dag ging hij achteruit, zijn uitgaan verminderde en hield eindelijk op.

Zijne vrouw verpleegde hem met de meeste zorg, de trouwe ziel was zoo innig gelukkig als een enkelen keer zijne krachten hem toelieten zich in de kamer te kunnen bewegen. Bij herhaling was ik getuige van de bewijzen harer liefde voor den zieken man.

Sluiten