Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weegt, wiens hulp hij zou kunnen inroepen om zijn zaak te bepleiten. Maar hij staat alleen; hij heeft vriend noch gebuur en niemand kan hem helpen, nu zijne vrouw hem verraden heeft. En verontwaardigd keert hij zich tot Eva.

„Ah! Eve! ah! folie épouse.

Qui naquit pour mon malheur!"

Hij vervloekt de ribbe, waaruit zijn gade is voortgekomen, want zij heeft hem in het ongeluk gestort, waaruit niemand hem zal kunnen helpen:

„Fors le fils que Marie aura."

Nu gaat de kerkdeur open en Gods wit gewaad wordt zichtbaar. Adam en Eva nemen de vlucht en trachten zich te verbergen, maar daar dit onmogelijk is, hurken ze naast elkander neer op de grens van het Paradijs. Eva verschuilt zich achter hare lange haren, Adam houdt den rechterarm afwerend voor 't gelaat. Vergeefs! De strenge vraag weerklinkt door het Paradijs: „Adam, oü es-tu ?" en de bedroefde en diep beschaamde man moet antwoorden, 't Helpt hem niet of hij zijne vrouw al beschuldigt, God antwoordt:

„Ta femme crus bien plus que moi."

En het vonnis wordt over hem uitgesproken. Maar nu komt de beurt aan Eva.

„Et toi, Eve, méchante femme,

Peu de temps tu garderas ma loi."

Ook Eva verontschuldigt zich:

„Le serpent méchant me trompa."

Sluiten