Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komen," mompelde Versteeg, toen hij, natuurlijk zonder van een tweede voorschot maar gerept te hebben, weder de trappen naar zijn bureau opliep. „Wat moet ik nu beginnen in Godsnaam?"

Een reddende gedachte! Zijn collega kon twintig gulden voorschot vragen en hem het geld dan tot den laatsten der maand leenen. Het voorstel werd gedaan en de collega bereid gevonden; maar, helaas, de directeur, vrij slecht gemutst, weigerde beslist. Er zouden in 't vervolg geen voorschotten meer gegeven worden.

Toen Versteeg dien middag het bureau verliet, was hij ten einde raad.

Leenen? van wien? Een gulden, een rijksdaalder, dat zou misschien gaan; vijf pop desnoods; maar twintig! Zulke rijke kennissen had hij niet.

Hij bleef met het onoplosbare probleem, hoe aan het geld te komen, bezig, tot hij met schrik bemerkte, dat hij niet ver meer van zijns moeders woning was.

Een heftige weerzin, om daar binnen te gaan, maakte zich van hem meester.

Bovendien het was nog zoo vroeg; in gedachten was hij rechtstreeks van het bureau huiswaarts gegaan; de onaangename tijding, die hij te brengen had, liet zich nog wel een half uurtje verschuiven.

En hij had nog geld voor een bittertje, zeven stuivers, aan dat kleine beetje had toch niemand wat.

Er was in de buurt een „proeflokaal", een dier negentiendeeuwsche varianten op de ouderwetsche tapperij, welke zich hierin van deze onderscheiden, dat zij luxueuser zijn ingericht, en hierin met deze overeenstemmen, dat men er geen fooitjes behoeft te geven en de con-

Sluiten