Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deui om ongestoord te kunnen lezen, wat mijn man in dien omvangrijken brief mij had mee te deelen.

Met een benauwd gevoel in mijn keel en met een kloppend hart viel ik op een stoel en scheurde den briel open. Ik beefde zoo, dat de blaadjes papier uit mijn hand vielen en naar alle kanten fladderden. In den angst, dien ik de laaste dagen had uitgestaan, was ik zonder genade voor mijzelve geweest, had ik alle schuld op mij genomen en was Walter in mijne oogen de beleedigde.

Eindelijk was ik eenigszins bedaard en kon lezen. Het duurde lang, eer ik aan het eind was en toen begon ik terstond weer van voren af aan. Eerst was het of het geschrevene mij niet aanging en of ik een brief van een vreemde aan een mij geheel onverschillig persoon las, maar bij iedere hernieuwde lezing begon ik beter te begrijpen. Hij werd dus evenals ik gepijnigd door schuldbesef. Hij had den afgrond tusschen ons zien wijder worden en was machteloos geweest dien te dempen, omdat hij niet vrij was, omdat zelfverwijt hem de handen bond. Alles wat hij had kunnen doen was te zorgen, dat hij door verwijten en beschuldigingen mijn prikkelbaren toestand niet nog meer verhoogde. Om mij een „halt" toe te roepen, daartoe ontbrak hem de vrijmoedigheid.. Hij gevoelde zich schuldig tegenover zijne vrouw... .

Hij schreef mij, dat hij Nel eens had ontmoet, eer hij mij kende, in dien tijd van onze jonge meisjesjaren, toen wij als twee rozen van denzelfden stam op elkaar geleken. Slechts eenige uren hadden zij in eikaars gezelschap doorgebracht, maar het blonde meisje had een

Sluiten