Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zacht stond ik op en legde mijn hand op zijn schouder, toen boog ik mij over Nel heen.

„Nellie, zusje, maak je niet ongerust over Jan, hij zal voortaan ons kind zijn, de zoon van Walter en mij."

Walter greep mijn hand en drukte die krampachtig. Ik begreep, wat er in hem omging, maar het denkbeeld, dat hij ook nu nog Nel liefhad, stemde mij niets ongelukkig.

„Neen, neen, ik maak mij niets ongerust over mijn ventje," fluisterde Nel, „ik weet wel, ook zonder dat jullie het zegt, dat je voor Jan zult zorgen, maar .... het valt mij zoo moeielijk van hem te scheiden."

Vroeg in den morgen klopte ik aan de kamerdeur van Miss Maud; ik nam Jan in zijn witte ponnetje mee en zette hem bij Nel op bed. Eerst bleef hij rustig zitten, hij was blij bij zijn mamatje te zijn en kuste haar tallooze malen.

„Een op het mondje, twee op het neusje, tien op het voorhoofd," telde hij en kuste haar. „Jan's mama," vleide hij en kroop tegen haar aan.

„En dat is papa," zeide Nel en wees op Walter. „Zeg eens papa."

„Papa, Jan's papa," herhaalde hij.

„En dat is ook mama," zeide Nel nu en wees op mij.

Maar het was uit met zijn geduld. Hij wilde kopje buitelen in bed. „Neen Jantje, stil zitten," vermaande Nel.

„Dan mama vertellen," bedelde hij.

„Vertellen? Van het groote schip en de meeuwen?"

„?^_en, mama moet van papa vertellen."

„Mama, is zoo moe, Jan." Maar hij hield vol en zij

begon: „Papa hield zooveel van Jan en hij speelde n. ~ ,4*

Sluiten