Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

V. Straks!

R. (Bang af).

V. Zoo — [peinzend) — zoo. En wat zeg jij, Willem — (luider), AVillem ?

W. 'k Weet niet, — Pa, — ik zeg niets, — ik —

V. Waarom zei je die — woorden tot —Hendrik?

W. Dat weet ik niet. —

H. {Lachend) Verbeeld-je — artiesterigheid zeker.

V. Stil Hendrik (kort).

H. Maar Pa —

V. (Ziet H. streng aan). Waarom zei-je die woorden hè ?

W. Och Pa (hoofdschuddend, treurig).

V. (Opmerkzamer) Hè ?

W. Ik was zoo — ongelukkig.

H. {Lachend). Nee, maar — van 't werken, dat je niet doet!

^ . {Stampt op den grond). Zwijg!

H. {Verbaasd). Ik begrijp u niet. —

V. Behoeft niet, ga naar de eetkamer, — ik wil Willem alleen spreken.

H. Dan zal ik wel gelogen hebben.

V. {Ziet hem sterk aan). Dan ken jij je bróer zeer slécht.

H. Och, Pa {gaat als een verwaande stommeling heen). {Pauze).

A . (Hoofd in de rechterhand, bij de kin, ziet goed en ernstig naar IV., die star is blijven zitten), — {gaat naar IV., strijkt zijn hand door zijn arme krulkop). Jongen, — {hartelijk) waarom ben je ongelukkig? Zeg.

Sluiten