Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waar ik mij bevond of wat er met mij gebeurde, en toen ik weer om mij heen kon zien, lag de arme Oom Steven naast mij op den weg, het gezicht voorover op den grond, te midden van ontelbare houtsplinters, waarmee ook ik overdekt was. Vlak achter ons was een boom door den bliksem getroffen en gedeeltelijk gesplinterd.

Onmiddelijk sprong ik toe, keerde Oom voorzichtig om en wilde hem oprichten, doch als levenloos bleef hij de oogen gesloten en den mond geopend houden.

Mijn zakdoek doopte ik in een waterplas en wreef hem over voorhoofd en slapen, doch tevergeefs. Toen

werd ik bang.

Zoover mijn oog reikte was er geen mensch te zien. Er bleef mij dus niets over dan Oom terzijde van den weg onder een boom te leggen, om dan zoo vlug mij mijne vroeten dragen konden naar het huis te hollen.

Als een dolleman vloog ik binnen, waar ik Angenees bijna omver liep, roepende: „Gauw, gauw, Oome is door de bliksem geraakt."

De boer en een knecht maakten bezwaar in dit geval te komen helpen, daar zij meenden dat iemand die verdronken is of door den bliksem getroffen, niet mag worden verplaatst voor en aleer de politie er bij is.

De pertinente eisch van Angenees, en haar bedreiging om onmiddelijk en voor goed zijn huis te verlaten zetten kraeht bij aan mijn argument, dat de goede man misschien nog leefde, zoodat eindelijk dit echt Limburgsche bijgeloof werd op zij gezet, en de boer met zijn knecht de „börg" *) opvatten.

i) Draagbaar.

Sluiten