Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Wat blieft u?"

„Nee, ze heeft van die vlagen van melancholie, en dan moeten ze erg met haar oppassen, anders springt ze zóó in de kalie.

„God! wat 'n ellende — dat zou 'k nooit gedacht hebben! — Ziel! Stakkert! — En haar man, hoe is die daar onder?"

„O, die past heel goed op haar. Hij is nog al jaIoersch. U mag wel oppassen. — Wil u me nu maar daar, bij die dame in 't rose brengen? En dan moet u me straks eens komen zeggen, hoe het verder met uw charme gegaan is. U mag wel voortmaken, want anders krijgt u geen dans meer van haar."

„Maar, ik ken haar in 't geheel niet en weet ook niemand om me te presenteeren. Nee Mevrouw, van m ij n charme komt niets van avond, dat zie 'k wel. Zou uw man misschien?"

„Ja, vraag maar — daar staat i."

„Graag; maar dan zijn we nog niet klaar. Eerst moet 'k dan weer me griekin opzoeken, en hopen dat ze aan een tafeltje of ergens anders gaat zitten want dan moet 'k met meneer nog komen. Tegen dat ik dan met uw man aankom, is ze weer gevlogen. Weet u wat, ik zal 't maar op z'n beloop laten, misschien kom 'k later in haar buurt toevallig een kennis tegen die haar ook kent en dan

„O nee, meneer, zoo komt u niet van me af, en van haar ook niet. Ik wil veel te graag weten, hoe ze u bevalt bij nadere kennismaking. Wacht, ik zal u wel

helpen. En dadelijk gingen we op manlief af. Maar

't was of er 'n fatum op rustte: nauwlijks hadden we

Sluiten