Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

herberg nog al dikwijls de zoogenaamde spookgeschiedenis ter spraak.

Eenige maanden nadien had de burgemeester op zekeren dag den onderwijzer ten gemeentehuize ontboden, en had hem daar tusschen vier oogen en met de statigheid van eenen ernstigen magistraat gezegd:

ā€˛Mijnheer De Meijer, in den loop van verleden week heeft de pastoor mij eene zeer gegronde opmerking gemaakt. Daar het in de gemeente algemeen gekend is, dat gij ernstige betrekkingen met juffrouw Wolvers hebt aangeknoopt en, daar er, voor zoover mij bekend is, hoegenaamd geene hinderpalen bestaan, zoudt gij best doen niet lang te wachten om te trouwen. Gij weet het, voor eenen onderwijzer verwekken betrekkingen altoos meer opspraak dan voor anderen, en daarom ben ik van gevoelen, dat gij deze aanmerking als zeer gegrond zult beschouwen."

De onderwijzer was daarmee volkomen t' akkoord en beloofde alles in 't werk te stellen, om het huwelijk zoo spoedig mogelijk door te drijven.

Met eene heimelijke voldoening bestatigde de burgemeester dan ook eenige weken nadien, dat er voor den schepen van den Burgerlijken Stand trouwgeloften waren afgelegd tusschen den heer Frans De Meijer en juffrouw Anna Wolvers.

Tot dan had de burgemeester aan zijne vrienden geen woord meer gesproken over de geliefden. Zelfs was het in 't oog gevallen dat, wanneer spotvogels in zijne tegenwoordigheid over dien gelukkigen of ongeIukkigen avond redekavelden, hij gebaarde alsof alles hem gansch onverschillig was. Ja, hij ontweek zooveel

Sluiten