Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kwam het toen over haar, zoo hevig en hartstochtelijk, dat het heel haar wezen vermeesterde en in die oogenblikken geen plaats meer liet voor gedachte. —

Zij was ongelukkig in dien tijd, en werd er zich eerst van bewust toen zij een vriendin vond waar zij zich aan openbaren kon in al de verlangens en de gedachten harer ontwakende ziel.

Toen pas zag ze in hun absolute eenzaamheid de jaren die achter haar lagen, en die met al hun ontgoochelingen waren geweest een les voor wat het leven zou zijn ....

Zóo hadden zij ingewerkt op haar, dat zij zich werkelijk voorstelde het Leven zoo droog en dor, met niets dan Wetenschap als brandende fakkel in zware duisternis — — en zichzelve gedoemd alleen te zijn met haar vele, vele gedachten, en nooit een menschenziel, die ze begrijpen zou.

Want zij wist dat ze anders was en schreide er soms om. Toch had ze niet willen zijn zooals de anderen, want dan ook zou ze moeten missen het wondere sprookje van Schoonheid, dat iederen nacht haar wiegde in slaap op tonen heel liefelijk en zacht.

Dan hielden op alle twijfelingen die haar martelden soms in de dagen, dat ze zoo gaarne wou gelooven en niet kon, omdat haar verstand alleen sprak, en geen gevoel, en zij niet kon aannemen nog, dat er onver klaarbare gevoelens zijn, die toch recht van bestaan hebben.

's Avonds dan was weg de twijfel, en zij hoorde niets dan die zoete zangen in haar eigen binnenste, sproken van geluk, ruischend door haar ziel, die niet

Sluiten