Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wil nu mede-voeling, het meetrillen eener andere ziel, ik weet dat er samenklank kan zijn tusschen die beiden

Mijn kleine idealist, mijn teere Litha, ik zou je willen beschermen tegen het ruwe, leelijke van het leven. Tegen het kwaad, dat menschen je doen zullen, de duisternis, die zij trachten zullen te brengen over het licht van je ziel. Ik weet dat dat niet kan blijven branden, al denk je nu alles te vinden door eigen kracht.

Ik wil je hoofdje leggen tegen mijn schouder en daarmee alles voor je bedekken watje niet mag zien .... omdat je een vrouw bent, en zwak, en heel zacht, en verdwalen zult in de wijde, dichtbegroeide wouden van Leven ....

O mijn Litha, vergeef me, ik heb je zoo lief, ik wou met je zwerven nu langs mysterie-paden van het menschelijk voelen, met je zoeken al de punten van licht.... en je altijd houden dicht tegen mij aan, omdat je niet alles mag zien, — alleen het héelmooie ervan "

Langzaam gleden heldere tranen langs haar wangen toen zij den brief weer opvouwde en in het couvert schoof. Zij voelde de eenzaamheid zijner ziel die tot haar gesproken had uit elk woord. Het was een wondere ontroering te beseffen hoe lief hij haar wel moest hebben om dien brief te kunnen schrijven.

En heel haar hart werd vervuld met een groot medelijden ....

Maar ze kon niet begrijpen dat hij werkelijk ernaar verlangd^ haar te openbaren dat zielsinnigste van zijn bestaan. Dat zou z ij niet doen, nooit, het allerheiligste

Sluiten