Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met potlood geteekend. maar ik zal je met mooie kleuren schilderen, veel grooter en nog veel schooner.

Nu dadelijk?

Dadelijk? Neen, dat gaat niet. Daarvoor heb ik verf noodig en die heb ik niet bij me, die heb ik thuis, maar als ik er mee klaar ben, mag je bij me komen en het zien.

Is dat ver weg?

Heel ver weg, in Veenlo. Om daar te komen, moet je wel vier uur loopen. Ben je daar nooit geweest ?

Cornelia schudt het hoofd.

Woon je daar dan?

Ja mijn kind.

In een hut?

Neen, in een huis van steen.

Hij krijgt bepaald pleizier in zijn heidemeisje en hij verzoekt haar nog even plaats te nemen tegen den stam, wat ze glimlachend en gewillig doet. Hij plukt wat ericas en heidestruiken, steekt er haar een paar in de haren, geeft haar een klein bouquetje in de hand en zegt, dat ze nu eens stil voor zich moet zien en vriendelijk lachen.

Moet ze hier lang zoo zitten; dat houdt ze geen kwartier uit ?

Een oogenblikje maar en hij is al begonnen, onderwijl Cornelia voortbabbelt en hem vertelt van Castor, den hond, en van Huibert, die aan den zandweg woont.

Of hij haar vader niet kent?

Neen, dien heeft hij nooit gezien.

Of hij wel eens de zon heeft zien opkomen ?

O ja, heel vaak.

«5

Sluiten