Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij schrijft: Andries Hoven.

Zij spelt de letters en spreekt den naam uit.

Heel den langen middag hadden zich aan den heidehorizon wolken opgestapeld, die met hun donkere wollige koppen over een haag van zwaren damp gluurden, om dan plotseling omhoog te rijzen, zich teverbreeden en te verspreiden, tot de zon na een laatste poging om er doorheen te breken, hare stralen terughield en de heide onder een half mat duister bedolven lag.

Toen kliefden snel achtereen bliksemflitsen het luchtruim en stortte de regen in stroomen op het fijne zand, millioenen zwevende stofdeeltjes neerwerpend en meesleurend in kleine kronkelende watergeulen. Heel de natuur scheen in opstand en de donder ratelde geweldig. De oude eik beefde van schrik en ontzetting; de heidebeek dreef onrustig langs de hut zijn bruisend water naar omlaag en Cornelia stond met bange oogen het indrukwekkend natuurverschijnsel aan te staren, dat ze reeds meermalen had gezien en waarvoor ze vroeger niet de minste vrees koesterde. Maar nu beefde haar hartje en ze keek niet als anders glimlachend naar de zigzagvormige vuurlijnen. Ook had ze er heel geen lust in, de zware droppels op haar blonde haren op te vangen ; ze stond stil in de verte te staren en haar hartje trilde.

Nu de bui was overgedreven en het heidekruid weer frissche geuren verspreidde, doolde ze rond, plukte ericas, die ze verstrooid van de stengels brak en slenterde langs de beek, waarin ze takjes wierp, om ze dan met droomerigen blik na te staren, als het water ze snel voortdreef.

Sluiten