Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij leunt tegen den stam, den eenen voet over den anderen gebogen; hij staat voor haar en zijn lange zwarte haren krullen langs de slapen.

Ik was bang, dat mijnheer niet terug zou komen en dat hij vergeten was, wat hij laatst beloofde.

Toch niet, toch niet kindje, maar zie je, ik ben een dag of wat op reis geweest.

Heel alleen?

Neen met vrouw en dochtertje.

Nu richt ze zich plotseling op, ziet hem even met strakke oogen aan, maar daarna leunt ze weer tegen den stam en ziet peinzend naar den grond.

Hij moet haar wat van zijn vrouw vertellen. Is ze jong? En zijn dochtertje, is het een lief kindje? Hoe ziet zijn vrouw er uit?

Hij haalt nu een portret te voorschijn en reikt het haar over. Een kreet van verrassing ontsnapt haar. Is dat nu zijn vrouw en kindje?

Heeft mijnheer dat geteekend?

Neen, dat is een photografïe.

Zij begrijpt dat woord niet, maar ze vraagt geen nadere verklaring, zoo is ze verdiept in de beschouwing van het portret. Ze gaat op den grond zitten en tuurt naar de beeltenis en als ze het goed gezien heeft, geeft zij ze met langzame beweging terug, zonder er een woord aan toe te voegen. Zwijgend wendt ze een oogenblik de oogen af en ziet hem dan aan, als verwacht ze, dat hij weer iets zeggen zal. Maar hij zegt niets, want het is hem opgevallen, dat het meisje zoo plotseling van gelaatsuitdrukking is veranderd. Hij staat eeniger-

Sluiten