Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als zij de luchtigen, vluchtigen en vervelenden het krijt zien binnentreden en weder verlaten .... zonder dat zij ook maar den minsten tegenstand ontmoet hebben. Maar waarom houden die geoefende wapentuurs zich dan schuil? Waarom vallen zij niet als een havik uit de lucht op het onbezonnen kuiken aan, zooals wij nu te Gent een enkele maal zagen gebeuren?

Men klaagt dus, bazelt over hervormingen, drinkt zijn glas leeg,.... en doe er zijn voordeel mee. Jacob van Lennep heeft op de Letterkundige congressen de hand gedrukt van Jan van Beers, Matthijs de Vries van Heremans; Nicolaas Beets heeft er de ruzie afgedronken met Conscience, want in 1831 hadden zij tegen elkander de wapens gedragen; Brouwers en Schaepman zaten aan denzelfden disch als de papenverslinders de Geijter en Vuylsteke; Nicolaï en de Lange ontmoetten er Benoit en van Duijse; Paul Frédéricq heeft er ons de oud-Nederlandsche liederen voorgezongen; de Veer heeft er zijn geestige toasten geslagen, en toen hij niet meer komen kon, hebben wij er de kennis gemaakt van zijn opvolger. En zoo zouden wij kunnen voortgaan, nog lang, met te herinneren aan de banden die tusschen de zonen van denzelfden stam gelegd zijn, met te vertellen van schrijvers die kennis maakten met uitgevers of redacteuren van dagbladen, waardoor het zaad bij den akker en de pen in den inktpot kwam. Wie zich dus beklaagt dat hij geen waar voor zijn geld gehad heeft, heeft de kunst niet bezeten van te venten of ter markt te gaan.

En dan de ornamenten! Op een bal immers wordt nog méér gedaan dan enkel gedanst! Hebben velen —

Sluiten