Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij moet naar Rome om boete te doen! —

Het scherm valt. Ik wrijf mij de oogen uit en knijp mezelf in de hand, om te voelen of ik wakker ben.

Ja, waarlijk, ik zit in de loge, als een opgeprikte kapel, naast Mies.

Het is pauze!

„Wil jelui een portie ijs?" vraagt Karei aan ons.

„Heel graag," zegt Mies. Ik schud van neen.

. „'t Is of je appelbeignets hebt gebakken!" roept Karei lachend. Hoe kom je aan zoo'n kleur?" —

O, op zoo'n oogenblik te hooren praten over appelbeignets! —

Karei gins naar de koffiekamer en Mies kreeg haar

O O

ijs. Ik had nu spijt ook niet te hebben genomen; want mijn lippen kleefden stijf op elkaar; 't was alsof ik zou stikken!

„Wat doe je gek, vanavond!" zei Mies. En waarom klapte je straks in de handen? Vond je den zin der woorden van Tannhauser dan zoo mooi? Ik vond ze gemeen!"

Gemeen!.... Nu, jij weet blijkbaar niet wat liefde is!

Maar op eens kreeg ik een schrik; want toen ik nadacht over de extase waarin ik verkeerde, kwam het me op eens in de gedachte, dat hartstocht en liefde niets beteekent, als men geen voorwerp ter aanbidding heeft!

En nu vroeg ik mezelf ontsteld af, vanwaar bij mij op eens die gewaarwording zoo levendig was tot me gekomen? — Ik voelde het: niet alleen de woordenen het zingen, maar de persoon van Tannhauser was het die me had betooverd! Ik wilde op die gedachte niet

Sluiten