Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gesterkt in haar God. En al was heur haar grijs geworden en de glans van haar oogen verdoofd vóór den tijd, één zonnestraal was toch helder en warm op haar levenspad gevallen, en die zonnestraal was Wouter, haar eenig kind. Hoe lief zij hem had gehad! Hoe zij hem begrepen en verstaan had, die lieve, goede, innige moeder, en hoe zij hem — toen hij in den vreemde ging — met hare gebeden en hare liefde had willen dekken als met een onzichtbaar schild!

Groote tranen rolden Wouter over de wangen, en die tranen stonden hem goed.

Zij, de moeder, had hem gekend, maar die andere — hij hield nu het portret van Geertrui in zijn hand — zij had hem nooit gekend, neen nooit!

De tranen droogden op in zijn oogen — de oude trots kwam boven met kracht. Waarom was zij hem ontrouw geworden ? Waarom had zij niet den heldenmoed gehad, om den smet te aanvaarden, die er rustte op zijn naam? Waarom had zij als eene slavin gekropen voor dat monster, dat publieke opinie heet, dat

ƒ

heden Hozanna schreeuwt en morgen den gevierde aan den schandpaal nagelt?

Hij stond op, en ging vlak voor het brandende houtvuur staan. De grillige weerschijn der vlammen viel op een gelaat, dat op dit oogenblik hard en onbewegelijk was als een blok graniet. Hij strekte de hand uit — .wilde hij het portret prijs geven aan het vuur?

Er kwam een aarzeling op zijn gelaat; er ging een vizioen, in nevelen gehuld, aan zijn ziel voorbij. Maar door die nevelen blonken haar oogen, Geertrui's oogen. Hij wilde den blik afkeeren, doch altijd zag hij die

Sluiten