Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woonlijk zoo blijmoedig keken. En het was juist die opgewekte uitdrukking, die zoo goed bij Mien's gezicht paste, vonden hare kennissen: ze was zoo'n prettige, flinke, gezellige vrouw, net iemand om heen te gaan en wat mee te praten als men zich eens wat triestig voelde. Mien wist een mensch altijd op te beuren, altijd een verstandigen raad te geven. En zij was zoo'n „heerlijke" vrouw om mee te werken voor de armen en voor allerlei waarvoor maar gewerkt worden moest. Zij was altijd klaar met haar warme belangstelling en haar tijd en haar geld en ze had zoo'n helder oordeel en slaagde er zoo goed in „iets moois van haar leven te maken," zooals de jongeren onder hare kennissen met enthusiasme getuigden — en daarbij was ze zoo eenvoudig en ging ze zoo gewoon haar gang, gesterkt door haar levenslust en frissche vroomheid, dat ieder, die met haar in aanraking kwam, haar aantrekkelijk vinden moest.

Ze zette het portretje snel op zijn plaats toen haar vriendin zich omkeerde. De weemoedige trek was verdwenen van haar gezicht en ze lachte, toen ze vroeg:

„Waar zijn de kinderen toch, Lize?"

„Zoo, vraag je dat nu pas?" zei Lize. Ze zette het trekpotje neer, duwde Mien in een lagen gemakkelijken stoel, legde haar de handen op de schouders en zei met nadruk:

„De kinderen zijn uit, Mieneke. Den geheelen middag te visite bij mevrouw de Reus. Heerlijk rustig, he?"

Mien keek zóó verslagen dat Lize haar hartelijk uitlachte.

Neen maar, dat noem ik een compliment!" riep ze uit. „Om zoo'n gezicht te zetten omdat je je alleen

Sluiten