Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoe Bragi onder aan de trap verbaasd,

Verschrikt omhoog keek naar Wodan's gezicht,

Twee silhouetten tegen blauwe lucht.

Zij hoorden niet de woorden die hij sprak,

Maar Bragi viel, de noordse-balk gaf klank

Van snaren op de grond, en smartkreet als

Het jachtdier schreit, getroffen door 'en schot.

Die kreet echode in 't rond, klonk na in Walhal

En helden, Goden, alles drong te zaam

En vroeg de zwijgende Walkyren, wat

Er was, maar niemand wist 'en antwoord daar.

Doch Wodan trad de treden af en bukte

Zich over Bragi's blondgelokte hoofd:

Dat zagen ze van ver uit Schildhal's zaal.

Bragi stond op, gebogen; onbewust

Droeg hij z'n vaders heerlik snaartuig mee

En Wodan leidde hem bij de andre hand.

Zo kwamen zij 'en groep van smart, bij de andren

Waar stilte was en aller blik op hun.

»Wee, wee, Goden en helden, wee ons, wee ! Idoena, onze Idoena is geschaakt,

Idoena, geefster van onze eeuwge jeugd,

Idoena, glans van Walhal's levenszon,

Idoena, glimlach van ons aangezicht!

Zij zweefde lentewazig neer naar 't woud,

Sluiten