Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Geeft mensen troost« — »Maar Goden niet«, dacht Bragi.

Toch ging hij neer zich vlijen, hoorde noch

Wat nachtgebabbel van de kinders; t zacht

Praten van de ouders, ernstig, over hèm —

'En kus, — o, zijn Idoena!.. Wodan zond

Hem slaap en droom, verkwikking voor de ziel.

Hij zag zich weer in Walhal's hoog paleis

Terug, 'en feestlike intocht met z'n vrouw en kroost.

Vrede gleed even over hem, als stilt

Langs 't water glijdt en 't rimpeltje gladwrijft.

»Nee, 'k volg het beekje maar» zei Bragi, »'t kon Eens wezen dat de weg afsnijden mij Deed missen. Dit noch: 't ventje dat daar werkt Daar spitte Folkert's zoon de ontdooide grond, De zusjes plukten bij hem bosviooltjes.

De een zat, het jurkje vol, en kreeg noch meer Van de oudste, die daar dribblend heen en weer Liep — »'t ventje-daar wijdde ik tot dichter, ik,

De Dichtgod, Bragi, die je dankt» »Bragi« 1 !

Maar voort was deze al, eer Geertruid er kwam. Z'n wolkmantel onttrok hem aan hun oog.

Verstomd stonden zij lang en dachten na En voelden zich gelukkiger dan ooit,

Nu niets ongastvrijs door hun was gedaan.

Ze voelden iets van eerbied voor hun zoon.

Sluiten