Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Verdonkerde 't, maar nieuwe voorraad deed

De tongen lekken. Donar zag in 't rond

En miste Loke en riep het: kijk, daar scheurde

De vlam in tweeën en te voorschijn kwam

Fin, Bern lef's oude vrind, maar lichtgloed gaf

Z'n haarbos nu en elk zag: Loke was 't,

En peilde z'n geheugen of hij iets

Misdeed, en wie iets vond — die rilde, want

Zijn wraak vrat in, was vinnig als het vuur;

Met schelle lach zag Loke de verbazing

En zette zich — z'n buurman schoof wat weg.

Maar Donar hief de schuimhoorn naar de mond

En schaterde van pret na zoveel leed.

Hij riep: ze zouden zwijgen! en 't gejuich

Verstomde, want hij sprak van reuzenstrijd

In 't fjordenrijk, waar schepsels huisden in

De holen; waar zij 't vuur niet eens noch kenden,

Tot Mjölner 't bracht, waar zij tot loon hem snachts

Door toverij z'n hamer afgenomen

En weggeworpen hadden, diep in lauwe fjord;

Hoe hij de reus die 't dee dwong met hem mee

Te gaan van fjord tot fjord, over de rotsen,

Uitglijdend over sneeuw, die smolt en diep

In aardspleten-met-water klaterde als

'En stuifbeek; hoe hij weg wou, telkens weer,

En telkens weer door 'n oorveeg met twee vingers

Sluiten